Wie na maanden of jaren onzekerheid wordt vrijgesproken, of te horen krijgt dat de zaak is geseponeerd, denkt vaak: en nu? De strafzaak is voorbij, maar de schade — financieel én persoonlijk — kan groot zijn. De wet biedt in die situaties een mogelijkheid: een verzoek om schadevergoeding aan de Staat, op grond van de artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering.
Belangrijk om te weten: een vergoeding wordt nooit automatisch toegekend. De rechter beoordeelt of er ‘gronden van billijkheid’ zijn. Die open norm betekent dat de uitkomst sterk afhangt van de feiten van uw zaak en van de kwaliteit van de onderbouwing.
Welke schade komt voor vergoeding in aanmerking?
De wet onderscheidt verschillende posten. De meest voorkomende is een vergoeding voor de tijd die u in verzekering of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Hiervoor hanteren rechters vaste richtbedragen per dag.
Daarnaast kunnen onder meer de volgende schadeposten worden gevorderd:
- immateriële schade — denk aan spanning, slapeloze nachten, reputatieschade;
- vermogensschade, zoals gemiste inkomsten of opdrachten, mits goed gedocumenteerd;
- de kosten van uw advocaat, voor zover die niet al langs een andere weg zijn vergoed.
Welke posten worden toegewezen en in welke omvang, hangt volledig af van wat u kunt aantonen.
Hoe wordt de hoogte bepaald?
Voor detentiedagen geldt een vast tarief. Voor de overige posten heeft de rechter ruime beoordelingsvrijheid: hij kijkt of de schade aannemelijk is gemaakt en of toekenning, alles afwegend, redelijk is. In de praktijk wijken toegekende bedragen daarom regelmatig af van wat is gevorderd — naar boven én naar beneden.
De procedure in het kort
U dient een verzoekschrift in bij de rechtbank of het gerechtshof dat de zaak laatstelijk heeft behandeld. De termijn is strikt: drie maanden na het einde van de zaak. Wie te laat is, wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Het verzoek wordt doorgaans behandeld in een korte raadkamerzitting, waarin de verdediging en de officier van justitie hun standpunt kunnen toelichten. Discussie ontstaat vaak over de vraag of bepaalde schadeposten wel rechtstreeks samenhangen met de strafzaak, en of de billijkheid toekenning rechtvaardigt.
Waar de rechter naar kijkt
Bij zijn afweging weegt de rechter meerdere factoren mee:
- de reden waarom de zaak is geëindigd (vrijspraak, technisch sepot, beleidssepot);
- de ernst van de oorspronkelijke verdenking;
- uw eigen proceshouding — heeft die de duur van de hechtenis beïnvloed?
- de gevolgen die de zaak feitelijk voor u heeft gehad;
- de hardheid van de onderbouwing.
De rechtspraak laat duidelijke patronen zien. Een goed onderbouwd verzoek wordt aanmerkelijk vaker — en hoger — toegewezen.
Hoe wij dit aanpakken
Wij stellen het verzoekschrift voor u op, dienen het tijdig in en bewaken de termijn. Daarbij wegen wij vooraf welke schadeposten kansrijk zijn en welke niet, zodat u realistisch weet waar u aan toe bent. Het verzoek wordt juridisch én feitelijk onderbouwd: cijfers, bewijsstukken, en een heldere verbinding met de strafzaak.
Wordt een vergoeding afgewezen op een manier die de onschuldpresumptie raakt, dan heeft ons kantoor ervaring met de gang naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).
Neem gerust vrijblijvend contact met ons op om uw situatie te bespreken.